Lesgeven zoals Maarten van Rossem? Dat halen ze zich hier niet in hun hoofd! Maar hoe dan wel?

Afgelopen donderdag gaf ik een training ‘Differentiëren in de les’, op een MBO in Rotterdam. Aan een team dat meer wil aansluiten bij de individuele behoeften van de studenten. En de verschillen tussen de studenten daar zijn heel groot, vertelde ze. Zowel qua niveau als motivatie, achtergrond en thuissituatie. En dus moeten ze vooral bezig zijn met deze jongeren in beweging te krijgen. Want ze willen echt dat de studenten plezier hebben en krijgen in hun opleiding. En misschien willen ze nog wel meer dat school een veilige en rustige omgeving voor ze is.

Puur sec je kennis willen overdragen zoals Maarten van Rossem deed in Dream School (NTR, afgelopen woensdag https://www.youtube.com/watch?v=OZzUlHxfUuk), dat halen ze zich hier niet in hun hoofd! Dan zullen, net als op Dream School, de meeste studenten afhaken. Dus er is iets anders nodig en dat weten deze docenten als geen ander.

Terug naar de training: om te kunnen differentiëren is bijvoorbeeld materiaal nodig, zoals opdrachten op verschillende niveaus. En ook tijd in je lesvoorbereiding. Dat weten ze. Maar die tijd, dat is vaak de grootste vijand. Die tijd hebben ze namelijk niet. Daarbij zien of spreken de collega’s elkaar weinig. Wel bij de koffie en de lunch misschien, maar niet over hun werk, het lesgeven. Bijna alles moeten ze alleen uitzoeken en bedenken. Er is geen vaksectie zoals op de middelbare school. In deze opleiding heeft ieder vak zijn eigen specifieke inhoud en samenwerken lijkt daarom niet handig. En dus gebeurt het niet.

Maar donderdag in de training gebeurde er iets… De helft van de groep kreeg de opdracht om aan de hand van een intervisie methode een vraagstuk met elkaar bij de kop te pakken. Ze hadden een half uur. Het vraagstuk werd: ‘ hoe hou je de ene groep studenten rustig aan het werk als je bezig bent een andere groep extra instructie te geven?’

De andere helft ging, voor studenten die meer uitdaging aankunnen, samen opdrachten en werkvormen verzinnen. Wat voornamelijk inhield dat ze gingen vertellen wat ze al doen in de les. Hierdoor brachten ze elkaar op ideeën en kwamen ze samen tot nieuwe werkvormen.

Trrrringggg…16.00 uur, de bel ging! De training was afgelopen, maar ze bleven zitten.

“Wat is dit verhelderend” – “wat is dit waardevol” – “dit moeten we vaker gaan doen!”

Dit team heeft besloten om voor deze zaken tijd te gaan vrijmaken. Om samen naar een vraagstuk te kijken, samen lesmateriaal te ontwikkelen en elkaar te inspireren. En de bijvangst? Het gevoel er niet meer alleen voor te staan, bevestiging te krijgen in wat je goed doet en te horen dat andere collega’s met dezelfde (orde)problemen worstelen als jij!

Het geeft mij zo’n voldoening als docenten dit soort inzichten ervaren. Maar het zijn niet mijn verdiensten, het is puur het feit dat ze een middag ‘verplicht’ bij elkaar zitten en samen aan het werk gaan. En die kans zouden alle teams moeten krijgen. Niet eenmalig maar structureel. Gefaciliteerd in tijd, ruimte en gekoppeld aan hun professionele ontwikkeling.

Nou werk ik toevallig óók voor Stichting leerKRACHT. En dat is niet helemaal toevallig. Want leerKRACHT biedt nou net die structuur waardoor teams precies aan dit soort zaken toekomen.

Meer weten over leerKRACHT? Kijk op de website www.stichting-leerkracht.nl en meld je aan voor een informatie bijeenkomst ergens in het land en ervaar de eenvoudige maar effectieve aanpak. Waarbij uitgegaan wordt van al het goede dat al gebeurt in de school en van de kracht, kennis en kunde van de docenten zelf. Want ook weer in mijn training van donderdag bleek: die zit er volop en wordt in teamverband veel te weinig benut!