Ouders? Die houden wij liever buiten de deur.

Ouderbetrokkenheid, ‘mijn oude liefde’. Na 4 jaar consultant te zijn geweest op dit thema, stond ik afgelopen juni als dagvoorzitter op een congres met de titel ‘In gesprek met ouders’. Ik beloofde op LinkedIn er een blog over te schrijven. Een toverpil heb ik niet natuurlijk en dé oplossing voor ‘lastige’ ouders of ‘lastige’ leraren bestaat niet. Wel kan ik voor zowel ouders, leraren als schoolleiders een beetje inzicht geven in wat ik weet dat werkt om de samenwerking en communicatie tussen school en ouders te optimaliseren.

In dit blog:

  • Een deel van een analyse waarom ouders zich vervelend/lastig/agressief gedragen.
  • Vijf tips; die je morgen kan toepassen en bijdragen aan de oplossing voor leerkrachten, school en ouders
  • De opvallendste uitspraken van de key note sprekers op het congres ‘In gesprek met ouders’.

Een Analyse

Assertieve ouders Laten we beginnen over de klacht die ik veel hoor van leraren: het in toenemende maten assertieve (soms zelfs agressieve) gedrag van ouders.

Toen ik als kind op de basisschool zat was school gewoon school en thuis gewoon thuis. Mijn ouders bemoeide zich nauwelijks met school. Beter? Zeker niet in alle gevallen, wel een schone taak minder voor de leraar. Ouders hadden toen veel minder de behoefte overal een mening over te hebben (er was ook nog geen Twitter!) en vertrouwde meer op de leraar. Die had aanzien. Mijn opa bijvoorbeeld, hij was directeur van de Landbouwschool en had een huis van en aan de school! Ik bedoel maar. In 1950 had dit beroep nog burgemeester-status. En nu, in 2018, lijkt iets van status voor het vak leraar helemaal verdwenen en is de werkdruk hoger dan ooit. Juist nu zou (wat extra) begrip en vertrouwen van ouders wel welkom zijn.

Waarom zijn bepaalde ouders een probleem voor scholen? Wat mij opvalt, op het congres en ook op de scholen waar ik werk, is dat leraren aangeven de vooral hoogopgeleide ouders lastig te vinden. Zo ‘grapte’ een juf op een basisschool dat ze als team-doel hadden voor komend jaar om specifiek de hoogopgeleide ouders “buiten de deur te houden”. En ik heb leraren gehoord die vertelde nu al op te zien tegen het feit dat ze een kind van dezelfde ouder(s) dit jaar weer in de klas krijgen.

Waarom doen sommige ouders vervelend of waarom ervaren leraren dat in ieder geval zo?

Angst Ik heb onder andere leraren en directeuren gevraagd hoe zij denken dat het komt dat leraren vooral die hoogopgeleide ouders willen weren. ‘Angst’, is een woord dat ik vaker hoorde. Angst om het niet goed te doen. Angst om eerlijk te zijn over de ontwikkeling van het kind. Omdat ze de verwachtingen van ouders niet kunnen waarmaken bijvoorbeeld. En daardoor benoemen ze het probleem te laat of gaan ze al direct in de verdediging (door ouders met cijfers en citoscores om de oren de slaan).

En er lijkt een algemeen gevoel in de scholen te heersen dat ouders wel erg veel willen tegenwoordig. En dat ouders denken het allemaal beter te weten. Het gevolg kan zijn dat de leraar zich niet serieus genomen en gewaardeerd voelt door ouders. Dat voelt natuurlijk ook vervelend en lastig. En draagt ook nog eens bij aan de (werk)druk die leraren voelen.

Maar wat is de kip en wat het ei?

Je oogst wat je zaait Laten we uitgaan van het principe dat een ander veranderen heel erg moeilijk is. Naar jezelf kijken en zoeken naar waar je invloed zit om gedrag bij anderen te beïnvloeden is ook niet makkelijk, maar in veel gevallen wél haalbaar. Sterker nog: het gedrag van de leraren, de cultuur op een school in het team, is rechtstreeks te koppelen aan het gedrag dat ouders laten zien. Je oogst wat je zaait.

Autonomie, relatie en competentie Wat zegt de wetenschap over gedrag, wanneer zijn of raken mensen gemotiveerd? Wanneer er voldaan wordt aan de drie psychologische basisbehoeften van de mens: autonomie, relatie en competentie (de Zelfdeterminatietheorie van Ryan & Deci).

Veel scholen frustreren op een bepaalde manier deze basisbehoeften: ze nemen onvoldoende tijd voor het opbouwen van een relatie met ouders, ze nemen beslissingen zonder ouders (op tijd) bij dat proces te betrekken en leerkrachten vragen geen of te laat hulp aan ouders bij het oplossen van problemen rondom de leerling.

Wat werkt dan wel?!

5 tips

Hieronder 5 tips om het contact met ouders zo in te richten dat zowel de leerkracht, de ouders als het kind in deze basisbehoeften worden gezien. (zie ook Ouderbetrokkenheid 3.0: https://www.cps.nl/ouderbetrokkenheid3.0)

Tip 1 Leer elkaar kennen

–      Investeer aan het begin van het jaar in de relatie door tijd te maken voor kennismaking. Ook als de leerkracht de ouders al kent. Het kind is daar ook bij, zodat deze ziet dat ouders en school samenwerken om hem/haar verder te helpen ontwikkelen.

Tip 2 Stem verwachtingen af

–      Vraag ouders naar verwachtingen, misschien ook zorgen n.a.v. het jaar ervoor. En geef duidelijk aan wat de leerkracht en de school hierin kan betekenen (en ook wat niet!). Geef als leerkracht ook verwachtingen aan.

Tip 3 Ga uit van gelijkwaardigheid (is wat anders dan ‘gelijk’)

–      Ouders hebben zeker zoveel kennis over hun eigen kinderen als de leerkracht. Maak daar gebruik van. Zal ook de (werk)druk bij de leerkracht verlagen. Overleg, bij twijfel of problemen, met de ouders wat het beste is voor het kind. Betrek daar ook altijd het kind bij (tenzij het niet in het belang is van het kind om bij het gesprek te zijn).

Tip 4 Oordeel niet

–      Iedere ouder heeft een eigen verhaal en ervaring met school die hij/zij (onbewust) meeneemt. En onthoud dat ze, net als de leerkracht, altijd het beste voor hebben met hun kind. Ook al lijkt hun gedrag daar niet altijd op. Coachende vaardigheden bij de leerkracht zijn dan een must (blijf zelf, als professional, uit de drama-driehoek!).

Tip 5 Communiceer

–      Communiceer op tijd en geef ruimte aan de ontvanger voor inbreng en reactie. Houd hier het principe van gelijkwaardigheid goed voor ogen.

En realiseer je dat we in een maatschappij leven waarin we onze pakketjes per minuut kunnen volgen via track & trace codes en op IENS en ZOOVER onze ervaringen kunnen delen. Verwachtingen en behoeften ten aanzien van de transparantie in communicatie en de hoeveelheid informatie en de invloed die we daar zelf op hebben, zijn hierdoor bij ons allemaal veranderd. Dus ook richting school.

Welk antwoord biedt een oplossing? De situatie met ouders op scholen is overal anders. En gelukkig gaat er ook gewoon veel wel goed! Maar loopt de samenwerking toch spaak, dan gaat niet het antwoord op de vraag ‘hoe houden we ouders buiten de deur’ de oplossing brengen, maar het antwoord op ‘wat maakt dat bepaalde ouders zich zo opstellen?’.

En dat kan nooit het probleem van de leerkracht alleen zijn, dat is een teamaangelegenheid!

Tot slot: de opvallendste uitspraken van de experts van het congres:

Peter de Vries: “Ieder kind leert dankzij de toestemming van zijn/haar ouders” (De loyaliteit van kinderen aan hun ouders is groot. Aan hun leerkracht ook. Problemen tussen ouders en de leerkracht, brengt het kind in een loyaliteitscrisis).

Marije Molenkamp: “Weerstand bij jezelf, roept weerstand op bij de ander”. (Accepteren waar de ander vandaan komt, is de oplossing).

Martine van der Pluijm: “Alles begint bij een positieve houding jegens ouders”. (De bril of mindset waarmee je kijkt bepaalt wat je ziet).

George Smits: “Zeg ja tegen de emotie maar nee tegen het gedrag”. (Heb en toon begrip voor de zorg/angst van de ouder. Dan pas kan je nee zeggen tegen het ongewenste gedrag).